Winter, station, Rotterdam Centraal, bron: ProRail

Mansveld verdedigt winterdienstregeling NS en ProRail

Ondanks dat sneeuw en kou in grote delen van het land uitbleven, handhaafde NS op donderdag 29 januari de voorgenomen aangepaste dienstregeling. Landelijk werd die dag dan ook met ongeveer 20 procent minder treinen gereden. Staatssecretaris Mansveld betreurt dat reizigers achteraf gezien wellicht onnodig te maken hebben gehad met hinder. Dat schrijft ze in een brief aan de Tweede Kamer. “Maar ‘better safe than sorry’. Met NS en ProRail is afgesproken dat zekerheid voor capaciteit gaat”, zo licht ze de keuze van de twee partijen nu toe.

Volgens staatssecretaris Mansveld was het aanpassen van de dienstregeling op 29 januari geheel conform de afgesproken procedure. “Wanneer rond 15.00 uur eenmaal besloten is om de dienstregeling voor de volgende dag aan te passen, kunnen NS en ProRail die beslissing niet meer terugdraaien”, zo laat ze weten.

Dienstregeling

Op basis van weersverwachtingen werd op woensdagmiddag 28 januari door NS een aangepaste dienstregeling aangekondigd voor de dag erna. Maar op donderdag bleken de omstandigheden minder winters dan gedacht. “Omdat de inzet van treinen en personeel dan al volledig aangepast is en het operationeel niet meer haalbaar is om dit weer terug te draaien, kan die beslissing niet meer teruggedraaid worden. Dit betekent dat als de weersomstandigheden de volgende dag meevallen, er toch met de aangepaste dienstregeling gereden zal worden”, zo legt Mansveld uit in haar schrijven.

Door de twee partijen is met directe betrokkenheid van het ministerie en de Tweede Kamer in het verleden een set van zogenaamde ‘alerteringscriteria’ opgesteld. Deze zijn gebaseerd op een analyse van het weer van de voorgaande 10 jaar en de effecten daarvan op de infrastructuur en het materieel. Wanneer bij de weersverwachting voor de volgende dag de criteria overschreden worden, wordt het besluitvormingsproces van NS en ProRail gestart. De criteria alleen zijn dus niet bepalend voor het al dan niet aanpassen van de dienstregeling, maar geven aan of de volgende dag in aanmerking komt voor een aangepaste dienstregeling.

Besluit

Vervolgens neemt de gezamenlijke crisisorganisatie van NS en ProRail het besluit tot het wel of niet inzetten van een aangepaste regeling. Hierbij wordt gekeken naar het ‘expert judgement’ ten aanzien van het weer, het verwachte effect daarvan op het spoorsysteem, de huidige status van het materieel en de infrastructuur en eventuele andere relevante factoren. In dit proces worden ook externe meteorologen geconsulteerd.

Volgens de staatssecretaris zijn deze criteria en werkwijze op 28 en 29 januari gevolgd. “Op het moment dat de beslissing tot het al dan niet aanpassen van de dienstregeling moest worden genomen, namelijk ’s middags rond 15:00 uur, gaf de weersverwachting voor 29 januari aan dat er kans was op sneeuw-, hagel- en onweersbuien. De kans op meer dan 3 centimeter sneeuw was landelijk 41 procent en in de Randstad 28 procent. Hiermee werd het zogenaamde sneeuwcriterium van 10 procent kans op minimaal 3 centimeter sneeuw ruimschoots overschreden.”

Treinverkeer

Ook werden er zogenaamde ‘sneeuwstraten’ verwacht, wat inhield dat er plaatselijk tot 10 centimeter sneeuw zou kunnen vallen, aldus de minister. “De temperatuur tussen de buien door kon oplopen tot 4 graden en tijdens de buien dalen tot rond het vriespunt. Dit maakte het moeilijk te voorzien of er natte of droge sneeuw zou vallen.”

“Verder werden er zware windstoten verwacht in de Randstad. Deze zorgen ervoor dat sneeuw zich gemakkelijker kan ophopen en steviger zal plakken op materieel en infrastructuur. Op basis van deze weersverwachting was de inschatting dat er een gerede kans was dat de treindienst ernstig ontregeld kon raken door het weer en is besloten tot het landelijk aanpassen van de dienstregeling. Dit was geheel conform de afgesproken procedure”, zo schrijft Mansveld in haar brief.

Procedure

Als gevolg van de ingezette procedure werd er landelijk met ongeveer 20 procent minder treinen gereden. Met name voor reizigers in de Randstad betekende dit ieder halfuur een trein in plaats van elk kwartier. “In de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Zeeland veranderde er niets”, aldus Mansveld.

De weersomstandigheden op de dag zelf bleken minder winters dan waar rekening mee werd gehouden. Toch werd de aangepaste dienstregeling gehandhaafd. “De opstart van de treindienst op 29 januari verliep zonder problemen en ook de rest van de dag waren er weinig weer-gerelateerde verstoringen”, verduidelijkt ze.

Weersverwachting

Een weersverwachting heeft een hoge mate van onzekerheid, zo benadrukt de staatssecretaris in haar brief. “Het bepalen van de alerteringscriteria is een dilemma.” Dit omdat bij te soepele criteria te veel dagen per jaar in aanmerking komen voor het rijden met een aangepaste dienstregeling. Dan is de kans dus groter dat het achteraf niet nodig bleek te zijn.

Andersom komen er bij te scherpe criteria te weinig dagen per jaar voor een aangepaste dienstregeling in aanmerking en is de kans dat het spoorsysteem overvallen wordt door onverwacht zwaren omstandigheden juist weer groter.

Drempelwaarde

Bij het bepalen van de drempelwaarde is met NS en ProRail afgesproken dat zekerheid voor capaciteit gaat, aldus Mansveld. “De grote overlast waar de reiziger mee te maken krijgt als de dienstregeling niet wordt aangepast terwijl dit wel nodig was geweest, weegt zwaarder dan het risico op het onnodig aanpassen van de dienstregeling.”

“Ik betreur het feit dat reizigers achteraf gezien wellicht onnodig te maken hebben gehad met de hinder die ontstaat bij het rijden met een aangepaste dienstregeling, zoals langere reistijden, extra overstappen en vollere treinen”, zo voegt ze toe. “Daarom wordt het winterweerprogramma jaarlijks geëvalueerd en wordt bekeken of het wenselijk is om de alerteringscriteria aan te scherpen.”

Verbetering

In de tussentijd werken NS en ProRail in het kader van Beter en Meer aan de lange termijn verbeteringen, zoals de systeemsprong wissels en de verbetering van de be- en bijsturing, zo meldt Mansveld in haar brief. Uiteindelijk moet worden toegewerkt naar een situatie waarin onder vrijwel alle omstandigheden betrouwbaar vervoer en goede reisinformatie aan de reiziger wordt geboden, zowel in de winter als daarbuiten, zo is het streven.

Roosmarijn Dierick

Staatssecretaris Mansveld verwacht nog voor de zomer de jaarlijkse evaluatie van de winterweeraanpak. De situatie van 29 januari wordt daarin meegenomen, zo laat ze weten.

U las zojuist één van uw gratis premium artikelen

Uw abonnement helpt onze journalisten bij het zoeken naar de waarheid in de spoorsector.

Onbeperkt lezen? Stap nu in en profiteer van de introductieaanbieding ‘eerste maand gratis.

start 1 maand gratis proefabonnement

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en algemeen hoofdredacteur van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.