Metro serie 5600, metrostation Beurs, RET

Rotterdam wil vanaf 2030 met zelfrijdende metro’s en trams rijden

Rotterdam introduceert vanaf 2030 zelfrijdende metro’s en trams in het OV-netwerk van de stad. Naar verwachting neemt door het rijden met zelfrijdende metro’s de kostendekkingsgraad met 25 procent toe. De opbrengsten zouden elders in het OV-net kunnen worden geïnvesteerd. Dat schrijven de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de gemeente Rotterdam in de OV-visie Rotterdam 2018-2040.

In de gezamenlijke visie valt te lezen dat zelfrijdende metro’s met een frequentie van 36 keer per uur op de hoofdassen kunnen rijden. Dat is een verdubbeling van de huidige frequentie. De frequentieverhoging zal ervoor zorgen dat het aantal reizigers tot 20 procent toeneemt. “Door de automatisering worden de kosten van rijden niet meer door personeelskosten voor bestuurders bepaald. Daarmee kan ook kan in daluren overdag en ’s avonds met hoge frequenties worden gereden.”

Spoorbeveiliging

De gemeente en de Metropoolregio geven aan dat om automatisch te kunnen rijden, de huidige spoorbeveiliging en voertuigen vervangen moeten worden. Op dit moment is de RET in de laatste fase van de modernisering van de huidige spoorbeveiliging van het Rotterdamse metronetwerk. De laatste restwerkzaamheden worden hiervan in 2017 en 2018 afgerond. Het Rotterdamse metronetwerk is uitgerust met Automatische Treinbeïnvloeding (ATB). Daar is destijds voor gekozen vanwege de investeringskosten in het systeem. Het is nog onduidelijk of er met dit type beveiligingssysteem autonoom kan worden gereden.

Op dit moment wordt er onderzoek gedaan naar een migratiescenario voor de zelfrijdende technologie. Daarbij wordt onder meer gekeken of het autonoom vervoer mogelijk is met het huidige ATB-systeem of dat er voor een modernere variant moet worden gekozen, zoals een CBTC-systeem (Communications-based train control). De metropoolregio en de gemeente Rotterdam meldden dat er de keuze voor vernieuwing van de spoorbeveiliging moet worden aangesloten bij een “fasegewijze vervanging van metrostellen”.

Automatisch rijden

Op korte termijn wordt de capaciteit van het metronetwerk vergroot door de frequentie tussen Rotterdam Centraal en Slinge en tussen Schiedam en Alexander van 18 naar 24 keer per uur te verhogen. Op middellange termijn moeten alternatieve verbindingen als de Oude Lijn en de nieuwe Maaskruisende HOV-verbindingen een deel van de groei opvangen. In 2030 zijn de metrostellen van lijnen C en D aan vervanging toe en kan de metro worden voorbereid op automatisch rijden.

Ook de tram kan zelfrijdend worden, stellen MRDH en de gemeente Rotterdam. In 2025-2030 zijn de huidige trams aan het einde van hun levensduur en kunnen moderne trams met nieuwe technologieën instromen. Daarbij wordt gedacht aan trams zonder bovenleiding, (deels) geautomatiseerde trams en trams die op een geregelde, vrije baan buiten stedelijk gebied tot wel 100 kilometer per uur kunnen rijden. Bij laatstgenoemde wordt gedacht aan RandstadRail-lijn 3 en 4 Zoetermeer-Den Haag.

Betere positionering tram

Het Rotterdamse vervoersysteem draait momenteel sterk op autoverkeer. Ongeveer 80 procent wordt op die manier afgelegd. De gemeente wil echter dat het gebruik van het OV in de hele regio toeneemt met 33 procent. Om dit voor elkaar te krijgen moet het OV een aantrekkelijk en een serieus alternatief worden voor de auto. Dit vereist een betere positionering van de tram ten opzichte van de metro in Rotterdam en een betere verknoping tussen tram, spoor en bus, het bundelen en versnellen op sterke assen voor de bus en versnelling van de reistijd.

Door in te zetten op het OV kan het hoofd worden geboden aan een groeiende vraag naar mobiliteit op een duurzame manier en het vormt een oplossing voor dreigende capaciteitsknelpunten. “De voorstellen in de OV-visie resulteren in een perspectief waarin het openbaar vervoer in combinatie met slim collectief vervoer de dominante stedelijke verplaatsingsvorm wordt”, schrijft wethouder Pex Langenberg, wethouder Mobiliteit, Duurzaamheid en Cultuur in de gemeente Rotterdam in de nieuwe visie.

Toekomst OV

RET is enthousiast over de visie. “Het is een mooie ambitie voor de toekomst van het OV in de regio Rotterdam”, aldus directeur Maurice Unck. “De plannen van de gemeente Rotterdam tonen aan dat investeringen in mobiliteit broodnodig zijn en hoeveel er nog geïnvesteerd moet worden, bovenop de investering die het kabinet de komende jaren doet.”

Het is de verwachting dat autonome metro’s sneller te realiseren zijn dan zelfrijdende bussen of trams, al behoren die ook tot de mogelijkheden. Vandaar dat de gemeente inzet op het delen van zelfrijdende voertuigen op de first & last mile in rustige grensgebieden, in combinatie met snel en hoogfrequent OV. Er worden momenteel in de regio al pilots opgezet met zelfrijdende voertuigen door de MRDH.

Traminfrastructuur

Ook het tramsysteem verandert flink, als het aan Rotterdam ligt. Nu al zijn er enkele grote uitdagingen voor het vervoer per tram in de stad. Op bepaalde plekken wordt de fiets steeds populairder ten koste van tram, de gemiddelde snelheid is relatief laag en de verknoping met andere OV-modaliteiten is beperkt. “Al deze factoren vragen om een betere positionering van de tram ten opzichte van de metro in Rotterdam en een betere verknoping van tram en spoor, ook op Zuid. Belangrijk is de reissnelheid op het netwerk te verbeteren, door snellere schakels toe te voegen.”

Bij trams is geld te besparen omdat de traminfrastructuur nu overal onderhouden dient te worden moet worden en met name in de uitlopers van het tramnet zijn de kosten per reiziger voor het onderhoud relatief erg hoog. Een oplossing hiervoor is door het tramvervoer aan de randen van de stad ‘bovenleidingloos’ uit te voeren. Dit vereist weliswaar investeringen in accu’s, maar zorgt ook voor flink lagere onderhoudskosten.

Financiële bijdrage

Voor het uitvoeren van deze visie moet nog wel geld gevonden worden. Met de huidige middelen die de MRDH ontvangt, is weinig ruimte voor investeringen en moet zelfs bespaard worden. Dat is voor de gemeente echter geen optie omdat er moet worden ingespeeld op de capaciteitsvraagstukken in de stad, de ontsluiting van nieuwe bouwlocaties, vervanging en onderhoud van het metrosysteem en innovatie. Als de BDU niet wordt verhoogd, zullen de investeringen in infrastructuur moeten worden gedekt uit besparingen op andere plekken.

“Alles bij elkaar ligt hier een enorme opgave voor de dekking van de kosten van het OV in de Rotterdamse regio”, stelt de gemeente. “De kosten van beheer en onderhoud van de infrastructuur belasten een steeds groter deel van de BDU. Dit beperkt steeds meer de mogelijkheden om nieuwe investeringen te dekken en om het net uit te breiden. Het vormt de aanleiding voor de vervoerregio’s om met het Rijk in gesprek te gaan over de mogelijkheden om de BDU te verhogen. Het dekken van de kosten van investeringen – zoals voor aanleg van nieuwe infrastructuur – is wellicht ook mogelijk door het vinden van andere financiering, bijvoorbeeld via concrete projecten in het kader van het MIRT.”

Termijn

De gemeente Rotterdam is van plan meteen aan de slag te gaan met de uitvoering van deze nieuwe visie en die ambitie wordt gedeeld door vervoerder RET. Tot aan 2022 gaat het met name om HOV-verbindingen en pilots met autonoom rijden, de integratie tussen OV en doelgroepenvervoer en een nadere uitwerking van de herstructurering van het tram- en busnetwerk.

Tot aan 2029 staan vooral spoor- en stationswerkzaamheden op de agenda. Op de Oude Lijn moeten lightrail-treinen 8 tot 10 keer per uur gaan rijden, op het metrosysteem moet de frequentie omhoog, de integrale viersporigheid op de Oude Lijn tussen Schiedam en Delft-Zuid dient te worden gerealiseerd en er moet een nieuwe railverbinding komen tussen Hart van Zuid en Feyenoord City en de introductie van de deels geautomatiseerde trams.

Kwaliteitssprong OV

Vanaf 2030 moeten de laatste stappen gezet worden voor de gewenste kwaliteitssprong in het openbaar vervoer in Rotterdam. Het gaat dan om het laten rijden van 12 lightrail-voertuigen op de Oude Lijn, de realisatie van de metrostations Entrepot, Van Nelle Fabriek en Schiedam-Kethel, de introductie van automatische metro’s op lijnen C en D vanaf 2030 en op lijn A, B en E vanaf 2040.

Lees ook:

Meer weten over de laatste ontwikkelingen rondom autonoom spoorvervoer? Neem dan deel aan de Intelligent Rail Summit 2017 op 28, 29 en 30 november. Bekijk de conferentiewebsite voor meer informatie: http://www.intelligentrailsummit.com

Banner gif Intelligent Rail Summit 2017

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is de vaste journalist van SpoorPro en hoofdredacteur van de vakwebsites van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.