Treinstation Breda: foto: Foto: René de Wit

Onderzoek: geen ‘big bang’ in marktordening spoor

Gepubliceerd op 07-04-2017 om 19:21

De marktordening van het spoor moet niet in ‘één big bang’ worden omgegooid. Het is beter om de sterke kanten van het huidige Nederlandse spoorvervoer verder te ondersteunen en de zwakke punten weg te halen. Daarvan kan de spoorsector leren en zo worden dure transitierisico’s en kosten voorkomen. Dat staat in het rapport over de marktordening van het spoor dat vrijdag door staatssecretaris Sharon Dijksma van Infrastructuur en Milieu naar de Tweede Kamer is gestuurd.

In het rapport worden diverse scenario’s geschetst voor de aansturing van het spoorvervoer en spoorbeheer na 2024. Daarbij is een vergelijking gemaakt tussen onderhandse gunning van het gehele spoorvervoer aan nationale spoorvervoerder NS, openbare aanbesteding van het vervoer van het gehele Nederlandse spoorvervoer en hybride varianten hiervan. Het onderzoek ‘Kiezen voor een goed spoor. Scenario’s voor ordening en sturing op het spoor na 2024′ is uitgevoerd door de heren Van der Vlist (ABDTOP-consultant) en Van den Berg (Staatsraad bij de Raad van State).

Een ordeningsmodel is een middel om een doel te bereiken en niet een doel op zich, schrijven de onderzoekers. “In de politieke discussie over de ordening kan dit wel eens uit het oog worden verloren. Marktwerking of ‘de overheid moet het doen’ worden dan doelen op zich, terwijl het feitelijke doel – een betaalbare, veilige en comfortabele reis van deur tot deur voor de reiziger – uit het zicht raakt.”

Spoorprestaties

“Het huidige spoornetwerk en de met elkaar samenhangende instituties rondom het spoor zijn in belangrijke mate het resultaat van een lange geschiedenis. Het doorvoeren van grotere veranderingen is kostbaar en vergt tijd. En de huidige spoorprestaties gelden – hoewel er zeker ruimte is voor verbeteringen – als behoorlijk goed”, stellen de onderzoekers.

De scenario’s die uitgaan van één nationale vervoerder of een puur concurrentiemodel kennen aanzienlijke transitierisico’s en kosten, blijkt uit het rapport. Vooral bij een verkaveling in regio’s is sprake van hoge eenmalige kosten, omdat substantiële aanpassing nodig is van de spoorinfrastructuur en -stations.

Aan vooral het scenario van één nationale vervoerder zijn juridische risico’s verbonden, zo valt te lezen. De mogelijkheden om vervoerconcessies onderhands te gunnen worden immers beperkt door het Vierde Spoorwegpakket. Een besluit om het gehele spoornet onderhands te gunnen aan NS dient stevig onderbouwd te worden. Gezien de positieve ervaringen met het openbaar aanbesteden van decentrale spoorlijnen is het zeer de vraag of een dergelijke onderbouwing stand zal houden bij de Europese rechter.

Onafhankelijke spoorbeheerder

Om eerlijke toegang van spoorvervoerders op het spoor mogelijk te maken, moet de spoorbeheerder onafhankelijk zijn, vooral bij de capaciteitsverdeling op het spoor en het opleggen van gebruiksvergoedingen. “Het Vierde Spoorwegpakket waarborgt die onafhankelijkheid door een juridische scheiding tussen de infrastructuurbeheerder en spoorwegondernemingen voor te schrijven. Dat beperkt de mogelijkheden om ProRail en NS onder één paraplu te brengen”, stellen de onderzoekers.

Meer marktwerking op het spoor vergroot de kans op wisselingen in concessiehouderschap, zo is de verwachting. Grotere schommelingen van de vraag van afzonderlijke vervoerders naar personeel en materieel kunnen leiden tot knelpunten of onwenselijke situaties. Oplossingen zijn voorhanden, maar beperken wel de kansen om marktwerking te laten resulteren in efficiëntieverbeteringen.

In een hybride model wordt het model met een nationale vervoerder toegepast op die delen van het spoornetwerk waar de baten van (horizontale en verticale) integratie het hoogst zijn. Dit betreft vooral druk bereden onderdelen. In de praktijk zal het volgens de onderzoekers gaan om het hoofdrailnet, of een kleiner hoofdrailnet. Het concurrentiemodel wordt toegepast op die delen van het netwerk waar de baten van (horizontale en verticale) integratie het laagst zijn en ook lager dan de verwachte (efficiëntie)opbrengsten van concurrentie. Dit geldt eerder voor de decentrale lijnen.

Europese ontwikkelingen

Vanwege de onzekerheid over toekomstige Europese ontwikkelingen en de benodigde voorbereidingstijd, overgangstermijnen en transitiekosten stellen de onderzoekers een aantal ‘no regret-maatregelen’. Zo geven ze de aanbeveling om de kennis en regie van het ministerie van Infrastructuur en Milieu te verbeteren, zodat de besluitvorming beter wordt afgestemd met regionale overheden. 
Ook pleiten zij voor een onafhankelijke jaarlijkse meting van de prestaties van alle concessies. De kwaliteit van de sturing kan vervolgens verbeteren via concessievoorwaarden, het toezicht daarop en de handhaving ervan.

Autoriteit Consument en Markt (ACM) zegt in een reactie op het rapport het belang en de noodzaak van een dergelijk montoringssysteem te onderstrepen. “De beschikbaarheid van dergelijke data is belangrijk bij toekomstige besluitvorming over de ordeningsmodellen”, aldus de toezichthouder.

Openbare aanbestedingen

Verder concluderen de onderzoekers dat er duidelijk voorwaarden moeten zijn over wanneer spoorvervoerder NS wel of niet kan meedingen bij eventuele openbare aanbestedingen. 
De ontwikkeling van brancheorganisatie OVNL moet verder worden gesteund en een actievere rol krijgen bij het sectorbreed borgen van kennis, kunde en vakmanschap.

Ook is er aandacht voor het spoorvervoer op de HSL-Zuid in het rapport. De onderzoekers stellen dat het voor de hand ligt dat als uit de midterm review in 2019 blijkt dat de prestaties van NS achterblijven, dat de treindiensten op hogesnelheidslijn openbaar worden aanbesteed voor 2025. De ACM steunt deze aanbeveling. De verwachting daarbij is dat bij een openbare aanbesteding van de HSL-Zuid onder concurrentie een aantrekkelijker product ontstaat voor de reiziger.

Lees hier het volledige rapport.

Wil je ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws? Schrijf je hier in voor de SpoorPro nieuwsbrief:

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is de vaste journalist van SpoorPro en hoofdredacteur van de vakwebsites van ProMedia Group.

2 reacties op “Onderzoek: geen ‘big bang’ in marktordening spoor”

Arco Sierts|09.04.17|12:47

Is het echt waar dat men in dit rapport het grootste probleem van de huidige marktordening niet benoemd heeft?

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.