Het spoorgevoel moet weer terug bij ProRail

Veiligheid blijft de voornaamste prioriteit van ProRail. Daarnaast zet de spoorbeheerder de komende jaren in op minder storingen, verhoging van de punctualiteit en tal van maatregelen om het spoor duurzamer te maken.

Deze doelstellingen staan beschreven in het Programma 2012 – 2015, waarin ProRail de komende drie jaar gaat werken aan het robuuster maken van het spoor. Op die manier moet de infrastructuur beter berekend zijn op toenemende groei, minder gevoelig zijn voor storingen, sneller te herstellen zijn en minder investeringen vergen.

Jaarverslag

De spoorbeheerder lichtte het verbeterprogramma toe tijdens de presentatie van het jaarverslag over 2011 donderdagmiddag in Den Haag. “We doen het niet goed genoeg voor vervoerders. We zien nog te veel rode lampjes branden op onze BlackBerry’s. Daar is het Programma 2012 – 2015 uit voorgekomen”, verklaart Pieter Kraaijeveld, directeur vervoer en dienstregeling. De plannen zijn voorgelegd aan alle betrokken partijen, waaronder niet alleen de vervoerders en het eigen personeel, maar ook de spooraannemers.

Zo moeten het aantal vermijdbare ongelukken en het aantal storingen teruggebracht worden naar nul. Dat wil ProRail onder meer bereiken door het aantal roodseinpassages  (150 in 2011) verder omlaag te brengen, evenals het aantal overwegen. Het aantal storingen moet omlaag door meer en beter preventief onderhoud. De punctualiteit – met 89,6 procent (op basis van 3 minuten) voor het reizigersvervoer historisch hoog in 2011 – moet nog verder omhoog in overleg met de vervoerders. Dat kan ook, denkt ProRail, door geen uitloop van werkzaamheden te accepteren, sneller herstel van het treinverkeer na ongelukken en incidenten en terugbrengen van de hersteltijd van storingen.

Innovatie

Innovatieve spoortechnologie, zoals duurzame verlichting op stations, slimme spoorlay-out, onder meer bij Arnhem, en duurzame spoorstaven die in ontwikkeling zijn, moeten het spoor duurzamer maken. Dit jaar is ProRail begonnen om de gewenste veranderingen in gang te zetten. Dat gebeurt volgens Kraaijeveld met grote instemming van het personeel. “Het spoorgevoel moet terug, zei een van onze medewerkers. Daar zijn we het van harte mee eens. We gaan al onze energie en vakmanschap inzetten om dat te bereiken.”

Over de prestaties van het afgelopen jaar oordeelt ProRail wisselend. Positief noemt het bedrijf onder meer de al eerder genoemde stijging van punctualiteit, niet alleen voor het reizigersvervoer maar ook het goederenvervoer, de stijging van het aantal miljarden tonkilometers in het goederenvervoer met 8,6 procent, de afname van het aantal storingen en het feit dat er meer capaciteit is verdeeld op het spoor. De veiligheidsnormen die ProRail zichzelf gesteld heeft zijn in 2011 niet bereikt. Er waren drie botsingen met treinen, één meer dan de norm van ProRail, en drie ontsporingen, eveneens één meer dan ProRail acceptabel vindt.

Afschaffen eiland-buitendienststelling

Er waren geen ongevallen met baanwerkers, maar wel een aantal bijna-aanrijdingen. Zo werd een ploeg baanwerkers bijna aangereden toen deze op weg was naar een eiland-buitendienststelling. Daarbij is een deel van het spoor een aantal uren buiten dienst voor onderhoud. Om bij dat eiland te komen moeten spoorwerkers soms sporen oversteken die wel in gebruik zijn. Als gevolg van de bijna-aanrijding heeft ProRail besloten in 2013 te stoppen met deze manier van onderhoud. De buitendienststelling wordt anders ingesteld, zodat eilanden niet meer nodig zijn. Die maatregel is genomen in samenspraak met de spooraannemers waarmee ProRail werkt.

Klanttevredenheid

De tevredenheid van zowel vervoerders als publiek is weliswaar licht gestegen het afgelopen jaar, maar is nog altijd onvoldoende, vindt ProRail. Die score probeert het bedrijf omhoog te brengen door nauwer te gaan samenwerken met de vervoerders door onder meer een klantenpanel te starten. Tegelijkertijd komt er een reizigerspanel met medewerkers.

Projecten en onderhoud

ProRail investeerde het afgelopen jaar met 1,4 miljard euro fors in grote stationsprojecten, zoals Utrecht CS, Rotterdam CS, Den Haag CS en Arnhem, een aantal kleinere stations en spoorprojecten als de Hanzelijn, sporen in Arnhem en de spoorzone Delft. “We verwachten dat we ongeveer op dit niveau blijven de komende drie jaar”, aldus directeur financiën Eric Steeghs. Ook is er veel onderhoud uitgevoerd het afgelopen jaar op cruciale knelpunten als Arnhem en Utrecht. Daardoor was het spoor minder beschikbaar dan de norm die ProRail hiervoor gesteld had in 2011.

U las zojuist één van uw gratis premium artikelen

Uw abonnement helpt onze journalisten om u de achtergronden bij het nieuws te geven en actualiteiten te duiden. 

Onbeperkt lezen? Stap nu in en profiteer van de actie eerste maand gratis.

start 1 maand gratis proefabonnement

Auteur: Yvonne Ton

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.