Goederentreinen, station Venlo

‘Kosten annuleringen niet voor rekening van spoorvervoerders’

Spoorgoederenvervoerders zouden niet de financiële last van treinpad-annuleringen of omleidingen hoeven te dragen. Op dit moment worden internationale spoorvervoerders vaak geconfronteerd met extra kosten in geval van een storing. Dit is in strijd met de EU-wetgeving, meent de European Rail Freight Association (ERFA).

De belangenorganisatie voor spoorgoederenvervoerders presenteerde afgelopen week een nota over spoortoegangstarieven in de EU. Hoewel de EU-wetgeving de belangrijkste heffingsbeginselen voor infrastructuurbeheerders vaststelt, zijn er zwakke punten en lacunes in de manier waarop deze regels op nationaal niveau worden toegepast. Dit heeft een negatieve invloed op de activiteiten van de spoorwegonderneming, vindt ERFA.

Annuleringen

“Spoorwegondernemingen moeten betalen voor annuleringen van internationale treinpaden, zelfs wanneer de annuleringen te wijten waren aan een geval van overmacht op een nationaal netwerk”, schrijft ERFA. Op nationaal niveau zijn bedrijven niet verplicht dat te doen in geval van overmacht, maar deze regels zijn niet van toepassing op de internationale treinverbinding. Hierdoor kunnen gemaakte kosten voor annulering / reservering van het internationale deel van het treinpad in rekening worden gebracht door de infrastructuurbeheerders in buurlanden.

“Niet alleen worden spoorwegondernemingen geconfronteerd met de verstoring van hun treindiensten. De annuleringskosten vormen een belangrijke kostenpost voor het goederenvervoer per spoor. ERFA dringt er bij de infrastructuurbeheerders op aan hun heffingssystemen aan te passen om grensoverschrijdende spoorwegdiensten te ondersteunen.”

Omleidingen

ERFA maakt zich ook zorgen over extra toegangstarieven wanneer een trein wordt omgeleid naar een ander nationaal netwerk. Als een trein wordt omgeleid op een andere route binnen het nationale netwerk, verplicht de infrastructuurbeheerder de spoorwegonderneming niet om de bijkomende toegangstarieven voor het spoor te betalen. Dit lijkt echter niet altijd van toepassing wanneer een trein een omleidingsroute op een naburig netwerk gebruikt.

“Dit is opnieuw een nadeel voor internationale spoorwegdiensten. ERFA vraagt infrastructuurbeheerders zich te houden aan het zeer duidelijke standpunt van de Europese Commissie over deze kwestie: “De EU-spoorwegwetgeving bepaalt dat een spoorwegonderneming niet hoeft te betalen voor de extra kosten als de trein wordt omgeleid op verzoek van de infrastructuurbeheerder.”

Duitsland

Verder zou ERFA graag zien dat infrastructuurbeheerders gestimuleerd worden om hun toegangstarieven te verlagen, zoals vastgelegd in de EU-wetgeving. “Een infrastructuurbeheerder geniet een natuurlijk monopolie. In veel gevallen zijn er geen mechanismen ingesteld om ervoor te zorgen dat ze hun kosten onder controle houden.”

De belangenorganisatie ondersteunt het Duitse besluit om de toegangstarieven te verlagen om het goederenvervoer per spoor concurrerender te maken met andere vervoerswijzen. “De recente goedkeuring door de Europese Commissie van de Duitse staatssteunregeling zendt een duidelijke boodschap naar andere nationale overheden van de EU: een verlaging van de toegangstarieven en een overdracht van die lagere kosten naar eindklanten is een positieve stap voorwaarts om meer goederen op het spoor te krijgen.”

ERFA voegt toe dat de Europese Commissie de regeling goedkeurde. De korting is gebaseerd op compensatie voor het deel van externe kosten dat wordt vermeden door het gebruik van goederenvervoer per spoor in plaats van wegvervoer.

Auteur: Majorie van Leijen

Majorie van Leijen is redacteur van SpoorPro.nl en het internationale vakblad voor professionals in het spoorgoederenvervoer RailFreight.com.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.