Goederentrein, Dordrecht zuid, foto: Cock Koelewijn

Minister wil pieken van gebruikersvergoeding spoor weghalen

Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu gaat onderzoeken of ze de pieken in de tarieven van de gebruikersvergoeding voor het spoor in 2016 en 2017 kan wegwerken met een nieuwe ingroeiregeling van de Europese Unie. Die toezegging deed zij donderdagavond aan de Tweede Kamer tijdens de behandeling van de begroting van het Infrastructuurfonds. Die moest zij alleen verdedigen omdat staatssecretaris Mansveld een dag eerder het veld moest ruimen vanwege kritiek op haar functioneren in het Fyra-rapport. Schultz van Haegen neemt daarom voorlopig alle dossiers op zich.

De spoorvervoerders maken al geruime tijd bezwaar tegen de sterk stijgende tarieven voor de gebruik van het Nederlandse spoor. Zo stijgt de gebruikersvergoeding voor het spoor voor alle vervoerders samen van 299 miljoen in 2015 naar 330 miljoen euro in 2016, een stijging van 31 miljoen.

Volgens de Europese regelgeving mogen de kosten van het gebruik van het spoor door de infrastructuurmanager worden doorbelast aan de gebruiker (Richtlijn 2012/34; artikel 31.3). Omdat de manier van kostenregistratie en de omrekening van de kosten naar een gebruikersvergoeding een complexe aangelegenheid is, geeft de Europese regelgeving met Verordening 2015/909 hier nadere instructies over. Deze wetgeving is op 1 augustus ingegaan. Deze verordening biedt de mogelijkheid van een ingroeiregeling. De minister gaat nu onderzoeken of ze van deze ingroeiregeling gebruik kan maken.

Heffingen

Directeur Ad Toet van KNV Spoorgoederenvervoer: “Het is opmerkelijk is dat in Nederland het begrip directe kosten op basis waarvan de heffingen worden berekend, klaarblijkelijk anders wordt geïnterpreteerd dan in Duitsland.” De directeur wijst erop dat in Nederland uitsluitend heffingen zijn zoals beschreven in artikel 31 van Richtlijn 2012/34 en geen extra heffingen zoals beschreven in artikel 32 die per gebruikersgroep mogen worden opgelegd. Daarentegen zijn in Nederland de heffingen voor het spoorgoederenvervoer volgens artikel 31 wel ongeveer twee keer zo hoog als in Duitsland.

Waar in Nederland gemiddeld 3,73 euro per kilometer in wordt gevraagd voor het goederenvervoer per spoor in 2016, geldt in Duitsland een tarief van 1,74. Voor het Intercity-vervoer rekent Nederland 1,67 euro per treinkilometer tegenover 1,42 in Duitsland. Voor het regionale personenverkeer brengt Nederland de spoorvervoerders 1,22 euro per treinkilometer in rekening waar de Duitsers maar 0,90 vragen.

Directe kosten

De door de EU bedoelde directe kosten in artikel 31 kunnen niet jaarlijks variëren. De extra heffingen in artikel 32 kunnen dat wel. Het grote verschil tussen de Duitse en Nederlandse directe kosten is volgens Toet echter niet verklaarbaar. “Als de directe kosten in Nederland zouden zijn vastgesteld conform de instructies in de Uitvoeringsverordening, dan zouden ze toch vergelijkbaar moeten zijn met de resultaten van het Duitse rekenwerk?”

“Ik hoor als argument dat Nederlandse en Duitse spoornetten verschillen. Dat zal waar zijn, maar ofwel DB Netz is ongeveer twee keer zo efficiënt als ProRail, of wel DB Netze en ProRail interpreteren de Europese uitvoeringsverordening verschillend. Laten we dat met elkaar maar eens goed gaan uitzoeken”, zo besluit hij.

Marieke van Gompel

U las zojuist één van uw gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Stap nu in en profiteer van de introductieaanbieding.

Bekijk de introductieaanbieding

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en algemeen hoofdredacteur van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.