Goederentrein, Calandbrug, Europoort Rotterdam

Verzoek om schadevergoeding aanleg Betuweroute afgewezen

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu hoeft geen schadevergoeding te betalen aan ruim veertig inwoners van Rozenburg in verband met de aanleg van de Betuweroute vlakbij hun woningen. Dat heeft de Raad van State bepaald. De omwondenden stelden dat door de toename van geluidsoverlast hun woningen minder waard zijn geworden. Minister Melanie Schultz van Haegen zegt dat er geen sprake is van zodanige schade dat dit ten koste gaan van het woongenot en dat zij daarom ook geen schadevergoeding uitkeert. De Raad van State heeft haar in het gelijk gesteld.

De bestuursrechter oordeelde dat er een causaal verband is tussen de toename van het spoorgoederenvervoer en de overlast, maar dat het onvoldoende is aangetoond dat dit tot daadwerkelijke schade leidt. Woordvoerder Sabine Heijstek-van Leussen van de Raad van State: “De schadevergoeding die de minister niet wil geven, blijft daarmee overeind. Dat er meer treinen langsrijden kan met meer geluidsoverlast gepaard gaan, maar dat de woningen dan ook minder waard worden dat is een ander verhaal.”

Schadevergoeding

De inwoners hadden om een schadevergoeding gevraagd in verband met de aanleg van de Betuweroute bij de Calandbrug in Rozenburg. De Calandbrug is een stalen hefbrug over het Calandkanaal in Rotterdam-Europoort bij van Rozenburg. Op de brug liggen twee goederensporen die onderdeel zijn van de havenspoorlijn.

Volgens de inwoners gaat er meer treinverkeer over de Calandbrug sinds de ingebruikname van de Betuweroute. Als gevolg hiervan zou de geluidsoverlast bij hun woningen zijn toegenomen en zouden de woningen minder waard zijn geworden.

Hoger beroep

Minister Schultz van Haegen stelde in een eerder besluit dat er helemaal geen verband is tussen de overlast en de toename van het treinverkeer. De rechtbank in Rotterdam stelde de minister in 2012 in het gelijk, maar de omwonenden gingen hiertegen in beroep bij de Raad van State.

De Raad van State deed vervolgens een tussenuitspraak. De bestuursrechter oordeelde dat de rechtbank in Rotterdam niet had mogen vaststellen dat het terecht was van de minister om te zeggen dat er geen verband was tussen de overlast en het tracébesluit. Volgens de Raad van State is er wel degelijk sprake van een oorzakelijk verband. Daarom oordeelde de bestuursrechter in de tussenuitspraak dat de minister verder onderzoek diende te doen naar de overlast voor omwonenden.

Aanvullend onderzoek

De minister kwam op basis van het aanvullend onderzoek tot de conclusie dat er geen sprake was van een zondanige schade dat dit ten koste gaat van het woongenot. Op basis daarvan kwam zij op 6 mei opnieuw met het besluit om geen schadevergoeding uit te keren. De Raad van State oordeelde op 5 november dat het nieuwe, verbeterde besluit van de minister goed genoeg werd bevonden en dat de omwonenden onvoldoende hebben aangetoond dat de overlast tot daadwerkelijke schade heeft geleid.

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en algemeen hoofdredacteur van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.