Een goederentrein op station Utrecht Centraal, foto: ProRail

ACM-besluit regelt eerlijke toegang tot treinstations en wasstraten

Gepubliceerd op 16-03-2017 om 12:13

ACM heeft bepaald binnen welke termijn spoorwegondernemingen te horen krijgen wanneer ze toegang krijgen tot diensten zoals terminals, wasstraten, tankstations en treinstations en wat de kosten hiervan zijn. Het besluit van ACM is onder andere van toepassing op onder andere de spoorterminals in Rotterdam, de onderhoudsbedrijven van Stadler en Shunter en de stationsvoorzieningen van ProRail en de NS. 

De marktautoriteit geeft met het besluit invulling aan een Europese richtlijn tot de instelling van één Europese spoorwegruimte. Deze richtlijn heeft tot doel een gelijk speelveld voor Europese spoorvervoerders te creëren.

De toegang tot spoordiensten heeft in het verleden tot problemen geleid tussen concurrerende spoorvervoerders in Nederland. In juni 2015 stelde ACM vast dat NS bij de aanbesteding van de grote OV-concessie in Limburg onvoldoende meewerkte aan verzoeken van concurrent Veolia om diensten zoals kaartautomaten, servicebalies en pauzelocaties voor personeel te mogen gebruiken. Daardoor kon Veolia geen goed bod uitbrengen. Met het besluit van de marktautoriteit zijn de verplichtingen van exploitanten naar spoorvervoerders toe concreet vastgelegd.

Spoordiensten

ACM heeft vastgesteld dat een exploitant binnen twintig werkdagen moet reageren op een toegangsverzoek voor voorzieningen zoals terminals, wasstraten, tankinstallaties en treinstations. Daarnaast moet er binnen dertig werkdagen worden gereageerd op een aanvraag voor onderhoud.

Voor het onderhoud van de trein is volgens de marktautoriteit meer tijd nodig “omdat elk type trein een andere vorm van onderhoud vergt”. Dit heeft de maken met een grotere hoeveelheid gegevens om een “passend en onherroepelijk aanbod” te kunnen maken. Mocht een aanvraag niet volledig of onvoldoende gespecificeerd zijn, dan is de exploitant verplicht om de vervoerder dit binnen vijf dagen te laten weten.

Klachtprocedure

Als partijen zich niet houden aan de redelijke termijnen dan kan ACM in een klachtprocedure een last onder dwangsom opleggen of een bindende aanwijzing. “Met deze instrumenten kan een exploitant worden gedwongen om binnen een bepaalde periode antwoord te geven indien hij het antwoord bewust vertraagd”, legt woordvoerder Pauline Graz van ACM uit. “Daarnaast kan ACM op eigen initiatief een onderzoek starten dat uiteindelijk kan eindigen in een last onder dwangsom, bindende aanwijzing of een boete.”

“De redelijke termijn kent geen uitzonderingen”, zegt de woordvoerder. “Het is echter wel zo dat een exploitant niet verplicht is om toegang te bieden. Indien er sprake is van een levensvatbaar alternatief of wanneer de exploitant moet investeren om aan alle toegangsverzoeken tegemoet te komen dan hoeft de exploitant geen toegang te verlenen. Deze weigering dient echter ook plaats te vinden binnen de redelijke termijn.”

Om toegang te krijgen tot een dienst dient een spoorwegonderneming een verzoek in bij de exploitant van de dienstvoorziening. In dit verzoek vermeldt het bedrijf wanneer hij gebruik wil maken van de dienstvoorziening, vraagt hij wat de kosten zijn en vermeldt hij de specificaties die nodig zijn om een antwoord te kregen. Een exploitant heeft vervolgens vijf werkdagen de tijd om aan te geven welke gegevens ontbreken in een toegangsverzoek.

Toegang

Een voorbeeld waarop de redelijke termijnen voor de toegang tot treindiensten op dit moment op van toepassing zijn, zijn volgens de woordvoerder de Noordelijke Treindiensten in Friesland en Groningen waar verschillende vervoerders zich voor willen inschrijven. Gras: “Om hier met hun treinen te kunnen rijden moeten zij gebruik maken van de stationsruimte van de NS en ProRail. Daarnaast dienen zij voor een concurrerende inschrijving te weten wat de prijzen hiervoor zijn. Een spoorwegonderneming kan vervolgens tijdens de inschrijfperiode van de aanbesteding een verzoek indienen bij de NS voor bijvoorbeeld de huur van een pauzelocatie voor de machinisten en conducteurs voor een periode van 15 jaar.”

“De NS dient vervolgens binnen de redelijke termijn aan te geven of dit mogelijk is en wat de kosten en voorwaarden voor toegang zijn. Door middel van de redelijke termijn wordt onder meer in deze situatie voorkomen dat exploitanten die zelf ook als spoorwegonderneming meedingen naar een concessie pas kort voor het sluiten van de inschrijftermijn een offerte geven aan concurrerende vervoerders.”

Onderhoud trein

Een ander voorbeeld is een nieuwe spoorgoederenvervoerder die binnenkort zijn treinen zou willen onderhouden bij bijvoorbeeld het onderhoudsbedrijf Shunter in Rotterdam. “De spoorvervoerder vraagt hiervoor een offerte voor onderhoud van zijn treinen aan bij Shunter. Het onderhoudsbedrijf dient binnen de redelijke termijn door middel van een onherroepelijk aanbod aan te geven wat het deze goederenvervoerder gaat kosten om zijn treinen te onderhouden en wat de voorwaarden zijn.”

Lees hier het volledige besluit.

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is de vaste journalist van SpoorPro en hoofdredacteur van de vakwebsites van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.